Behandeling

De borsten van een vrouw zijn een secundair geslachtskenmerk. Naast het voeden van kinderen hebben borsten ook een sexuele functie. De borsten (mammae in het Latijn) bestaan uit melkklierweefsel, vetweefsel en bindweefsel. Beide borsten hebben bovendien een uitloper van borstweefsel naar de oksel, dat is de zogenaamde uitloper van Spense. Mannen hebben ook borsten, echter veel minder borstweefsel dan vrouwen. De borsten worden ingedeeld in 4 kwadranten: links boven, links onder, rechts boven en rechts onder van de tepel. Tijdens en vlak na de zwangerschap produceert het melklierweefsel melk dat via de melkafvoerbuisjes naar de tepel gaat waar de baby kan drinken. De borst ligt op 2 spieren: de musculus pectoralis major (de grote borstspier) en de musculus pectoralis minor (de kleine borstspier). Deze spieren zijn betrokken bij het bewegen van de schouders en armen.

Chirurgie

Borstkanker kan afhankelijk van het type en de mate van uitbreiding op verschillende manieren behandeld worden: Borstsparende behandeling: De tumor en een marge van gezond borstweefsel wordt verwijderd (lumpectomie). De chirurg probeert zoveel mogelijk gezond borstweefsel te behouden. Borstamputatie: Bij een borstamputatie wordt de gehele borst weggehaald, waarbij de borstspier behouden blijft. In sommige gevallen is dit om medische redenen een betere behandeling dan de borstsparende behandeling. Indien er elders in het lichaam uitzaaiingen zijn gevonden kan de arts er voor kiezen om de borst alleen te bestralen. Lymfklieren: Bij zowel de borstsparende behandeling als bij de borstamputatie wordt nagegaan of er tumorcellen in de lymfklieren zitten. De zogenoemde schildwachtklier wordt tijdens de operatie opgespoord. Dit gebeurt door vooraf licht radioactieve stof bij de tumor te spuiten, die wordt meegenomen met de lymfebanen. Die stof blijft achter in de eerste lymfklier. Bij de operatie kan met een gamma-probe die klier worden gevonden. Er wordt ook gebruik gemaakt van blauwe vloeistof die bij de tumor wordt gespoten. Die kleurstof blijft ook in de lymfklier achter en kan worden gezien met het blote oog. Indien de borstkanker zich via de lymfklieren uitzaait dan is dit meestal naar de lymfklieren in de oksel of langs het borstbeen. De schildwachtklier is de eerste klier waar de kanker naar uitzaait. Indien er tumorcellen in de schildwachtklier zit worden in een tweede operatie alle klieren uit de oksel verwijderd. Ook kan de chirurg ervoor kiezen meteen alle klieren uit de oksel te verwijderen en daarna te onderzoeken of er tumorcellen in zitten. De borst heeft na de operatie en aanvullende bestraling meetstal een iets andere vorm en kan vaster aanvoelen.

Radiotherapie

De borst kan zowel in- als uitwendig bestraald worden. Bij uitwendige bestraling komt de straling van een apparaat van buitenaf naar binnen. Bij een inwendige behandeling wordt radioactief materiaal in of rond te tumor via naalden toegediend (brachii therapie). Deze laatste behandeling vindt plaats op een beperkt aantal locaties in Nederland. De borst heeft na de operatie en aanvullende bestraling meestal een iets andere vorm en kan vaster aanvoelen.

Chemotherapie

Infuus

Infuus

Na of voor de operatie wordt veelal behandeld met chemotherapie. Met deze behandeling worden de borstkankercellen die zich verspreid in het lichaam bevinden aangepakt. De kans op genezing kan hierdoor verbeterd worden. Daarnaast worden deze behandelingen ook wel eens gegeven om de klachten te verminderen of de ziekte te remmen als deze niet meer te genezen is (palliatieve behandeling). Met chemotherapie wordt de celdeling geremd. Bijwerkingen: De chemotherapie kan als bijwerking haaruitval, misselijkheid, braken, schade aan de hartspier, verhoogde kans op infecties, vermoeidheid en vervroegde overgang hebben. Veel patienten blijven klachten van vermoeidheid houden en niet altijd zullen patienten nog vruchtbaar zijn.

Hormonale therapie

Bij hormoonbehandeling wordt gebruik gemaakt van de gevoeligheid van sommige borsttumoren voor hormonen. Gewoon borstweefsel heeft hormonen (progesteron en oestrogenen) nodig om te groeien, sommige borsttumoren hebben deze eigenschap ook. Hierdoor is het mogelijk de woekering van kankercellen tijdelijk stop te zetten door het geven van antihormoonpreparaten zoals tamoxifen. Nieuwe anti-hormoonmiddelen zijn de zogenaamde Aromotaseremmers, die de aanmaak van vrouwelijk hormoon remmen. Soms worden in plaats hiervan de eierstokken (ovaria) weggenomen. Een nieuwe stof waarnaar wordt gekeken is Her2Neu, wanneer de tumor daarvoor gevoelig is, kan onder bepaalde omstandigheden worden behandeld met een remmer (Herceptin).

Reacties zijn gesloten.