Diagnose

Borstonderzoek steunt op 3 pilaren. De eerste is lichamelijk onderzoek, de tweede beeldvorming en de derde weefselonderzoek. Dit is de zogenaamde triple diagnostiek. Bij verdenking op een afwijking in de borst moeten elk van de 3 onderzoeken uitgevoerd zijn voordat een diagnose aangetoond of uitgesloten kan worden.

Het lichamelijk onderzoek bestaat uit het inspecteren van de borst en het palperen (voelen aan) de borst. Beide borsten hebben een uitloper van borstweefsel naar de oksel, dat is de zogenaamde uitloper van Spense. Daarnaast zitten er lymfeklieren in de oksel, daarom onderzoekt men de oksel ook altijd.

Het meest gebruikte beeldvormende onderzoek is de mammografie. Dit is een röntgenfoto van de borst in 2 richtingen, vrouwen die een foto moeten laten maken voor de bevolkingsscreening krijgen een mammografie. Weefsel kan verkregen worden met een dikke of een dunne naald, daarnaast kan weefsel met een operatie verkregen worden.

Hieronder ziet u een overzicht van de verschillende technieken die gebruikt kunnen worden om de diagnose te stellen. Klikt u op het onderwerp waar u meer over wilt weten.

Mammografie

Mammografie apparaat

Mammografie apparaat

Met behulp van een speciaal toestel wordt er een röntgenfoto van de borst gemaakt. Hiervoor wordt de borst samengedrukt om te zorgen dat de borst zo volledig mogelijk afgebeeld wordt en de röntgenstralen belasting zo laag mogelijk te houden. Dit onderzoek kan worden verricht in het kader van screening (vroegtijdig opsporen van gezwellen), bij vermoeden van een gezwel, vervolgen van bekende tumoren. Bij mannen kan dit onderzoek ook uitgevoerd worden.

Echo

Echo van de borst

Echo van de borst

Met behulp van geluidsgolven wordt een afbeelding van de borsten gemaakt. Op basis van het verschil van terugkaatsen van de geluidsgolven van de verschillende weefsels kan een onderscheid gemaakt worden tussen bijvoorbeeld een cyste of een andersoortige knobbel. De echografie wordt veelal aanvullend aan een mammografie verricht. Bij jonge vrouwen kan dit onderzoek alleen ook zinvol zijn, omdat het mammogram minder goed te beoordelen is. Daarnaast kan ook echogeleid geprikt worden in een tumor, om zo te bepalen om wat voor tumor het gaat.

Thoraxfoto

Thoraxfoto borstkas

Thoraxfoto borstkas

Een zogenaamde thorax foto is een röntgenfoto van de borstkast. Indien er de kans bestaat op uitzaaiingen naar bijvoorbeeld de longen, ribben of wervels kan een thoraxfoto hier meer informatie over geven.






MRI-scan

MRI-scan van de borst

MRI-scan van de borst

Magnetic Resonance Imaging (MRI) van de borst is een manier van beeldvorming van de borst waarbij gebruik wordt gemaakt van sterke magnetische golven. Bij twijfel over de uitslag van de beelden die gemaakt worden met echo en het mammogram kan een MRI gemaakt worden. Met dit onderzoek kunnen sommige tumoren gezien worden die met echo en het mammogram niet gezien worden. Het onderzoek wordt niet op grote schaal toegepast vanwege de hoge kostprijs.

Indien met behulp van het mammogram een verdachte lesie is aangetoond, dan kan met een aanvullende MRI extra informatie worden verkregen voor wat betreft de uitbreiding en eventuele multifocaliteit. In onderzoeksverband worden er ook MRI scans gemaakt van de borst.

Skeletscan

Een van de plekken waar borstkanker naar kan uitzaaien is het skelet. Om dit te ontdekken kan er een zogenaamde nucleaire scan gemaakt worden. Dit onderzoek kan worden gedaan bij grote tumoren, omdat de tumor naar de lymfknopen is uitgezaaid, of omdat de patiënt pijnklachten heeft aan de botten.

Om dit onderzoek goed uit te voeren wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof ingespoten in een ader. Het skelet neemt deze stof op en op plaatsen waar het skelet een ongewone hoeveelheid vaten heeft hoopt de stof zich op. Deze plekken worden “hot spots” genoemd. Deze “hot spots” kunnen duiden op een nieuwe haard van kankercellen.

Weefselonderzoek

Borstkankercellen

Borstkankercellen

Indien het onduidelijk is op het mammogram of de borstecho wat de aard van een knobbeltje is kan er een biopt (hapje weefsel) van het knobbeltje genomen worden en door de patholoog-anatoom onder de microscoop gekeken worden wat de aard van het weefsel is. Op basis van het aantal cellen, het soort cellen en de rangschikking van de cellen onderling kan de patholoog een uitspraak doen over het al dan niet kwaadaardig zijn van het knobbeltje.

Reacties zijn gesloten.