Behandeling

Folliculaire en papillaire schildkliertumoren

De behandeling van de folliculaire en papillaire schildkliertumoren groter dan 1 centimeter bestaat uit twee stappen: eerst de operatie, gevolgd door een nabehandeling met radioactief jodium. Indien de tumor kleiner is dan 1 centimeter wordt er alleen een operatie uitgevoerd.

Medullaire schildkliertumoren

Een medullaire schildkliertumor wordt alleen met een operatie behandeld. Daarbij wordt een vergelijkbare operatie uitgevoerd als hierboven beschreven. Dus de gehele schildklier wordt verwijderd. Vaak zijn er ook lymfeklieren in de hals waarin uitzaaiingen van de kanker zitten. Deze worden dan tijdens dezelfde operatie verwijderd.

Medullaire schildkliertumoren ontstaan uit C-cellen. Deze cellen gebruiken geen jodium zoals de cellen waaruit folliculaire en papillaire tumoren ontstaan. Hierdoor is het niet mogelijk om na de operatie nog radioactief jodium te geven.

Na de operatie heeft u bijna geen functionerende schildkliercellen meer over dus bent u levenslang aangewezen op schildklierhormonen uit medicijnen.

Tijdens de controle in het ziekenhuis, die elke 3 tot 6 maanden plaatsvindt zal de calcitonine waarde in het bloed worden bepaald. Calcitonine is een stofje dat door de C-cellen wordt gemaakt en omdat alle C-cellen bij de operatie verwijderd zijn, zou de waarde in het bloed nul moeten zijn. Dat is dus als er geen uitzaaiingen zijn. Als de waarde groter is dan nul dan zal uw behandelend arts met behulp van verschillende beeldvormende technieken de uitzaaiingen proberen op te sporen. Mogelijk dient er dan nog een operatie plaats te vinden.

Anaplastische schildkliertumoren

De anaplastische schildklier tumoren zijn zeer agressief. Vaak is er in korte tijd een forse zwelling ontstaan in de schildklier die snel groeit. Met een operatie wordt de geprobeerd de gehele tumor te verwijderen, maar door het agressieve karakter van de tumor kan het zijn dat deze door vitale structuren is gegroeid en de tumor dus niet in zijn geheel verwijderd kan worden. Na de operatie wordt u behandeld met radiotherapie om achterblijvende tumorcellen te doden.
Helaas is het met deze behandelingen niet mogelijk om u te genezen.

Operatie
De operatie vindt plaats onder algehele narcose. De chirurg maakt een dwarse snee laag in de hals. Nadat de spieren opzij worden geschoven wordt de schildklier zichtbaar. In het geval van een tumor groter dan 1 centimeter wordt de gehele schildklier verwijderd. Indien de tumor kleiner is, dan volstaat het om de helft van de schildklier te verwijderen. Als voor de operatie nog niet vast staat dat het om schildklierkanker gaat, zal de chirurg ook alleen de helft van de schildklier verwijderen. Deze helft van de schildklier wordt vervolgens verder onderzocht. Indien er dan toch sprake blijkt te zijn van schildklierkanker zal in een tweede operatie de andere helft van de schildklier verwijderd worden.

Tijdens de operatie is het van belang dat de chirurg de stembandzenuwen intact laat, anders kan men na de operatie hees worden. Indien er ook kanker in de lymfeklieren zit, zullen ook de lymfeklieren worden verwijderd.

Zoals bij elke operatie kunnen er complicaties ontstaan, maar bij deze operatie is het risico laag. Een belangrijke tijdelijke complicatie is een te laag calciumgehalte in het bloed. Dit komt doordat de bijschildklieren – vier rijstkorrel grootte organen gelegen achter de schildklier – na de operatie nog niet direct goed functioneren. De bijschildklieren zorgen voor het calciumgehalte in het bloed en als deze dus niet goed functioneren kan dit gehalte dalen. Hiervoor zal men dan tijdelijk calciumtabletten moeten slikken. Andere complicaties zijn heesheid, zoals hierboven genoemd,
ontsteking van het wondgebied en een nabloeding.
U verblijft meestal 1 tot 3 dagen na de operatie in het ziekenhuis.

Radioactief jodium
Na het verwijderen van de schildklier blijft er altijd nog een minimale rest schildklier achter. Om ook deze rest te verwijderen en om mogelijke kleine uitzaaingen van de schildklierkanker te behandelen wordt u na de operatie behandeld met radioactief jodium.

De schildklier heeft jodium nodig om de schildklierhormonen te produceren. Hier wordt gebruik van gemaakt tijdens de behandeling met radioactief jodium. Om de overgebleven schildkliercellen extra hongerig te maken voor jodium krijgt u de twee dagen voor de behandeling met radioactief jodium een injectie met een medicijn dat voor meer opname van jodium in de schildkliercellen zorgt. Vervolgens wordt u opgenomen op de afdeling nucleaire geneeskunde. Daar krijgt u een pil waarin het radioactieve jodium zit. Het jodium wordt door uw lichaam opgenomen en komt uiteindelijk in uw schildkliercellen terecht. Door de straling gaan deze cellen vervolgens dood. De opname op de afdeling nucleaire geneeskunde duurt ongeveer 1 tot 3 dagen.

Controle
Na de operatie en de behandeling met radioactief jodium heeft u geen schildklier meer en worden er dus geen schildklierhormonen geproduceerd. Daarom zal u de rest van uw leven met medicijnen schildklierhormoon binnen moeten krijgen. Samen met uw internist-endocrinoloog zult u in de begin fase op zoek gaan naar de voor u juiste dosering.

Als de gehele behandeling geweest is zult u aanvankelijk eens in het half jaar en later eens per jaar bij de endocrinoloog komen voor de controle. Er zal een echo van de hals gemaakt worden om te kijken naar mogelijke uitzaaiingen en in het bloed zal worden gekeken naar de Thyreoglobuline waarde. Dit stofje wordt gemaakt door schildkliercellen en zou omdat er na de operatie en de behandeling met radioactief jodium geen schildkliercellen meer in het lichaam zijn niet te meten moeten zijn.

Indien de Thyreoglobuline waarde te hoog is, is dit een aanwijzing dat de schildklierkanker is teruggekeerd. Vaak zijn er dan uitzaaiingen in lymfeklieren in de hals, waarvoor een operatie noodzakelijk is. In een klein deel van de patiƫnten zaait de kanker uit naar de longen of andere plekken. Dan zal u nogmaals behandeld worden met radioactief jodium.

Reacties zijn gesloten.